Statuten

Ref:2020.000811.01/MJW

S T A T U T E N W I J Z I G I N G S T I C H T I N G

Blad 1

Heden, elf december tweeduizend twintig verschenen voor mij, Mr. Hildebrand Huitsing, notaris gevestigd te Middelstum:

  1. mevrouw I***AVG*** DOUMA, geboren te ***AVG*** op ***AVG*** wonende te ***AVG***, zich identificerende met haar rijbewijs, met kenmerk ***AVG***, uitgegeven te Bedum op ***AVG***
  2. mevrouw H***AVG*** TIGCHELAAR, geboren te ***AVG*** op ***AVG***, wonende te ***AVG***, zich identificerende met haar Nederlandse identiteitskaart, met kenmerk ***AVG***, uitgegeven te Bedum op ***AVG***, ***AVG***;

ten deze handelende:

in hun hoedanigheid van bestuurders van de stichting: Stichting Huurdersplatform

Bedum-Ten Boer, statutair gevestigd in de gemeente Bedum, kantoorhoudende te Bedum,

Industrieweg 37, postcode 9781 AC, ingeschreven in het register van de Kamer van

Koophandel onder nummer 02072337;

als zodanig deze stichting gezamenlijk rechtsgeldig vertegenwoordigend, en tot na te melden handelingen bevoegd conform het bepaalde in artikel 13 van de statuten, vastgesteld bij de akte van statutenwijziging van de stichting op acht en twintig december tweeduizend vijf (28-12-2005), verleden voor Mr. J.P.A. Wortelboer, destijds notaris te Bedum.

De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden dat in de bestuursvergadering van de stichting, gehouden op twee december tweeduizend twintig (02-12-2020) werd besloten om de statuten van de stichting geheel te wijzigen.

Van gemeld besluit tot statutenwijziging blijkt uit een aan deze akte te hechten uittreksel van de notulen van gemelde vergadering.

De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden vervolgens ter uitvoering van vorenbedoeld besluit dat de artikelen van de statuten van de stichting met ingang van heden luiden als volgt:

DEFINITIES Artikel 1

  1. Werkgebied: het gebied waar de stichting actief is. Dit betreft de gemeente Groningen, de gemeente Het Hogeland en de gemeente Eemsdelta.
  2. Verhuurder: Woningstichting Wierden en Borgen.
  3. Algemeen bestuur: groep bestuurders belast met de leiding van de stichting.
  4. Dagelijks bestuur: uit het algemeen bestuur aangewezen bestuurders die zijn belast met de dagelijkse leiding van de stichting.
  5. Projectcommissie: een commissie bestaande uit huurders die gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over zaken die huurders raken ten aanzien van een project op het terrein van sloop/nieuwbouw en/of woningverbetering in onbewoonde staat.
  6. Bewonerscommissie: commissie van bewoners van huurwoningen in een wooncomplex die opkomt voor de belangen van betreffende bewoners.
  7. Werkgroep: een door het algemeen bestuur ingestelde groep van huurders, en eventueel andere betrokkenen, met een bepaalde opdracht die deze groep in gezamenlijkheid uitvoert.
  8. Adviesraad: een door het algemeen bestuur ingestelde groep van huurders die gevraagd en ongevraagd advies kan geven aan het algemeen bestuur en aan het dagelijks bestuur.
  9. Huurder(s): huurder(s) van een woongelegenheid/woongelegenheden van Verhuurder gevestigd in het werkgebied, welke huurder(s) daarin zijn/hun hoofdverblijf heeft/hebben.
  10. Personeelslid: een door het bestuur aangestelde werknemer op grond van een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:610 Burgerlijk Wetboek.
  11. Freelancer: een natuurlijk persoon die werkzaamheden voor de stichting verricht op basis van een overeenkomst van opdracht zoals bedoeld in artikel 7:400 Burgerlijk Wetboek, waarbij de stichting de opdrachtgever is en de freelancer de opdrachtnemer.
  12. Adviseur: persoon of organisatie die de stichting, al dan niet tegen een vergoeding, van advies voorziet.
  13. Huurdersorganisatie: organisatie van huurders die opkomt voor de belangen van huurders.

NAAM EN VESTIGINGSPLAATS Artikel 2

  1. De stichting draagt de naam: Stichting Huurdersorganisatie HEG (Hogeland, Eemsdelta, Groningen).
  2. De stichting is gevestigd in de gemeente Het Hogeland.

DOEL Artikel 3

  1. De stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van:
    1. Huurder(s) van een woongelegenheid/woongelegenheden van de stichting: Stichting Wierden en Borgen( Verhuurder), gevestigd in het werkgebied, welke huurder(s) daarin zijn/hun hoofdverblijf heeft/hebben (hierna te noemen: Huurders).
    2. Bewonerscommissies en projectcommissies als vertegenwoordigers van huurders.
  2. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door:
    1. het behartigen van de belangen van huurders van woningen in beheer bij en/of eigendom van Verhuurder in het werkgebied, voor zover die het complex- of wijkniveau overstijgen;
    2. het op gemeentelijk niveau behartigen en verwoorden van de belangen van bewonerscommissies en de huurders in het werkgebied ten aanzien van wonen en woonomgeving in de ruimste zin van het woord;
    3. het voeren van overleg met verhuurder over het door haar te voeren beleid;
    4. het geven van gevraagd en ongevraagd advies aan verhuurder over alle zaken, die de belangen van de huurders in het werkgebied van de stichting betreffen;
    5. voorlichting aan de huurders over onderwerpen op het terrein van de stichting;
    6. de betrokkenheid van huurders te bevorderen bij beleidsvraagstukken, woningbeheer en woonomgeving.
    7. vertegenwoordiging van de huurders in lokale, regionale en landelijke huurders- en woonconsumentenorganisaties;
    8. het ondersteunen en waar nodig oprichten van bewonerscommissies en projectcommissies binnen het werkterrein van de stichting;
    9. samenwerking met andere organisaties en instellingen op lokaal, regionaal en eventueel landelijk niveau op het terrein van de volkshuisvesting;
    10. het oprichten en ondersteunen van werkgroepen op het terrein van de behartiging van huurdersbelangen in het werkgebied.
    11. het in dienst hebben van personeel en het gebruikmaken van de diensten van freelancers. Nadere regels ten aanzien van personeel en freelancers zijn door het bestuur vastgelegd in een daarvoor opgesteld reglement.
    12. het gebruikmaken van de diensten van adviseurs voor de ondersteuning van bestuur en werkgroepen van de stichting en van bewonerscommissies.
    13. door het instellen van een adviesraad van huurders. De bevoegdheden van deze adviesraad zijn vastgelegd in de statuten en de taken in het huishoudelijk reglement.

VERMOGEN Artikel 4

Het tot verwezenlijking van het doel der stichting bestemde vermogen wordt gevormd door bijdragen van verhuurder en door giften en donaties, alsmede hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, waarbij erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving en alle andere wettige baten.

SAMENSTELLING BESTUUR Artikel 5

  1. Het algemeen bestuur bestaat uit natuurlijke personen. Het bestuur stelt het aantal bestuurders vast. Daarbij draagt het algemeen bestuur er zorg voor dat deze bestuurders zo veel mogelijk een afspiegeling zijn van alle huurders in het werkgebied. Het algemeen bestuur bestaat uit maximaal negen bestuurders.
  2. De dagelijks bestuurders worden benoemd door het algemeen bestuur in functie.
  3. Slechts huurders (en eventueel: eigenaar-bewoners) van (voormalige) woningen in eigendom van of in beheer bij verhuurder kunnen worden benoemd tot lid van het bestuur.
  4. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester aan. Zij vormen tezamen het dagelijks bestuur. Daarnaast kan het dagelijks bestuur worden vermeerderd met maximaal twee algemene bestuursleden.
  5. Voor het verrichten van de secretariële werkzaamheden kan het bestuur, ter ondersteuning van de secretaris, een vrijwilliger aanstellen of gebruikmaken van de diensten van een freelancer.
  6. Voor het verrichten van de financiële administratie kan het bestuur, ter ondersteuning van de penningmeester, een vrijwilliger aanstellen of gebruikmaken van de diensten van een freelancer.
  7. De vrijwilliger of freelancer zoals bedoeld in de leden 5 en 6 heeft toegang tot de vergaderingen van het dagelijks bestuur en van het algemeen bestuur. De vrijwilliger of freelancer heeft de mogelijkheid om advies te gegeven en heeft een adviserende stem.
  8. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van de stichting. Het algemeen bestuur kan, tot wederopzegging, taken en bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur.
  9. Regels en werkwijze ten aanzien van de werving en selectie van bestuursleden zijn vastgelegd in een daarvoor bestemd reglement.
  10. Het besluit tot benoeming wordt genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal fungerende bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
  11. Het dagelijks bestuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf bestuursleden.
  12. Tot algemeen bestuurders kunnen niet worden voorgedragen/benoemd:
    1. werknemers van verhuurders in het werkgebied en hun gezinsleden;
    2. gezinsleden van bestuurders.
  13. Bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar. Het aftredende bestuurslid is herkiesbaar. Een bestuurslid kan in totaal ten hoogste acht jaar bestuurslid zijn. Middels een unaniem besluit kan het bestuur besluiten tot verlenging van de acht jaar termijn met ten hoogste een termijn van vier jaar. Bestuurders treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster; de in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
  14. Een bestuurder verliest zijn functie:
    1. door zijn overlijden;
    2. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen;
    3. door zijn vrijwillig aftreden;
    4. door zijn ontslag door de rechtbank;
    5. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd;
    6. door zijn ontslag gegeven door de gezamenlijke overige bestuurders, ten minste twee in getal.
    7. door ernstige verzaking van zijn plicht tot goed huurderschap zoals bedoeld in artikel 7:213 Burgerlijk Wetboek.
    8. doordat hij niet langer huurder (of eventueel eigenaar-bewoner) is van een (voormalige) woning van verhuurder als bedoeld in artikel 1 lid 2.
  15. Het besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat de betreffende bestuurder tot wiens ontslag wordt besloten vooraf in de gelegenheid is gesteld om zich te verantwoorden bij het bestuur.
  16. Het bestuur kan een bestuurder schorsen met inachtneming van het bepaalde in lid 14 sub f. De schorsing vervalt indien het bestuur niet binnen zes weken na het besluit tot schorsing heeft besloten tot ontslag van de betreffende bestuurder.

TAKEN EN BEVOEGDHEDEN BESTUUR Artikel 6

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Elke bestuurder is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Een besluit als bedoeld in dit lid moet overeenkomen met het doel van de stichting zoals bedoeld in artikel 3 en wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin het voltallige bestuur aanwezig of vertegenwoordigd is.
  4. Bestuurders ontvangen geen bezoldiging. Aan bestuurders kan wel een door de stichting vast te stellen vrijwilligersvergoeding worden toegekend.
  5. Het bestuur is bevoegd om vrijwilligers van de stichting een vrijwilligersvergoeding toe te kennen.
  6. De regels ten aanzien van de vrijwilligersvergoeding zijn door het bestuur vastgelegd in een reglement.
  7. Het bestuur kan zich voor de uitvoering van zijn taken doen bijstaan door betaald personeel. Het bestuur neemt dit personeel aan en ontslaat dit personeel en stelt het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden vast. Het bestuur beschrijft de taken van elk personeelslid en geeft werkopdrachten.
  8. Het bestuur kan besluiten om zich, al dan niet tegen een vergoeding, te laten bijstaan door een adviseur.

VERTEGENWOORDIGING BESTUUR Artikel 7

  1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur of door de leden van het dagelijks bestuur gezamenlijk.
  2. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan één of meer bestuurders, alsook aan anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
  3. De volmachtverlening wordt door het bestuur vastgelegd in de notulen.
  4. Het bestuur kan besluiten om de volmachtverlening te verlenen middels een schriftelijke volmacht.

WERKWIJZE BESTUUR Artikel 8

  1. De voorzitter alsmede ten minste twee van de overige bestuurders gezamenlijk zijn gelijkelijk bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
  2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt door de in het voorgaande lid bedoelde personen, schriftelijk, met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van de dag, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering alsmede van de te behandelen onderwerpen (agenda). Op de agenda worden gebracht de onderwerpen die door één of meer bestuurders ten minste veertien dagen voor de dag van de vergadering schriftelijk aan het bestuur zijn opgegeven.
  3. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden ter plaatse te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen.
  4. Jaarlijks zal het bestuur ten minste vier keer met de adviesraad vergaderen. In ieder geval wordt een vergadering binnen zes maanden na het einde van het voorgaande boekjaar gehouden.
  5. Indien wordt gehandeld in strijd met enige bepaling zoals verwoord in lid 3 en lid 4 van dit artikel, kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits ter vergadering alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  6. Een bestuurder kan zich door een andere bestuurder ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder ter vergadering vertegenwoordigen.
  7. In de vergadering van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt het besluit aangehouden en wordt het voorstel behandeld en in stemming gebracht tijdens een eerstvolgende bestuursvergadering. Indien tijdens deze eerstvolgende bestuursvergadering er blijvend sprake is van een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

LEIDING VAN DE VERGADERINGEN, NOTULEN EN BESLUITVORMING BUITEN VERGADERING Artikel 9

  1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur; bij zijn afwezigheid leidt de vicevoorzitter de vergadering; bij afwezigheid van de voorzitter en de vicevoorzitter voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden.
  3. Het door de voorzitter van de vergadering ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd

voorstel.

  1. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering.
  2. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders zich schriftelijk vóór het voorstel hebben verklaard.
  3. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd. Toegang tot de vergadering hebben ook de personen zoals bedoeld in artikel 5, lid 5, 6 en 7.

BOEKJAAR EN VERSLAGGEVING.

Artikel 10

  1. Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar.
  2. Het bestuur sluit per de laatste dag van het boekjaar de boeken van de stichting af en maakt daaruit zo spoedig mogelijk, binnen twee maanden doch uiterlijk binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, een balans en een staat van baten en lasten op over het verstreken boekjaar. Deze stukken worden door het bestuur in een vergadering, te houden binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, vastgesteld en ten blijke daarvan door alle bestuurders ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Vaststelling door het bestuur van de door de penningmeester ontworpen stukken strekt tot decharge van de penningmeester.
  3. Het bestuur laat, alvorens tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten over te gaan, deze stukken onderzoeken door een door haar aan te wijzen financieel deskundige. Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur en legt, zo hij daartoe bevoegd is, daaromtrent een verklaring af.
  4. Jaarlijks binnen twee maanden, doch uiterlijk binnen vijf maanden, na afloop van het boekjaar stelt het bestuur tevens een jaarverslag op waaruit de belangrijkste gebeurtenissen en besluiten van het afgelopen boekjaar blijken.
  5. Uiterlijk op één november van ieder boekjaar stelt het bestuur de begroting van de baten en lasten van het daaropvolgende boekjaar op. De begroting wordt door het bestuur vastgesteld in een bestuursvergadering te houden op uiterlijk één december daaropvolgend. De vaststelling van de begroting wordt vastgelegd in de betreffende notulen.
  6. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
  7. De stichting is verplicht alle huurders (en eventueel: eigenaar-bewoners) in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van: a. haar statuten en reglement(en);
  8. andere stukken die betrekking hebben op onderwerpen die voor hen van wezenlijk belang zijn.

JAARVERGADERING

Artikel 11

  1. Ten minste eenmaal per jaar wordt een jaarvergadering gehouden waarin het bestuur verantwoording aflegt over de verstreken periode en een vooruitblik geeft ten aanzien van de aankomende periode. De jaarvergadering wordt bijeengeroepen door het algemeen bestuur.
  2. De jaarvergadering staat open voor alle huurders.

REGLEMENTEN Artikel 12

  1. Het algemeen bestuur kan één of meer reglementen vaststellen waarin al hetgeen naar zijn oordeel regeling of nadere regeling behoeft, wordt opgenomen. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd. Het bestuur kan reglementen wijzigen en intrekken.
  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Het besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van het reglement wordt genomen met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van alle fungerende bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

STATUTENWIJZIGING Artikel 13

  1. Het algemeen bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen, met dien verstande dat het bestuur een daartoe strekkend besluit niet kan nemen dan nadat de adviesraad hierover is gehoord.
  2. Het besluit van het algemeen bestuur tot een definitieve statutenwijziging wordt genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van alle fungerende bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient dit steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd.
  4. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Bestuurders die bevoegd zijn tot vertegenwoordiging van de stichting zijn tevens bevoegd deze akte te doen verlijden.
  5. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.

ONTBINDING EN VEREFFENING Artikel 14

  1. Het algemeen bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 13 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
  2. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt ter beschikking gesteld van een instelling waarvan de doelstelling zoveel mogelijk gelijk is aan het doel van de

stichting.

  1. Het bestuur benoemt een of meer onafhankelijke deskundige vereffenaars die de vereffening zullen uitvoeren. Indien de benoeming van een onafhankelijke deskundige vereffenaar niet mogelijk is, dan zal het bestuur zelf de vereffening uitvoeren.
  2. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het handelsregister.
  3. Blijkt aan de vereffenaars dat de schulden van de stichting de baten vermoedelijk zullen overtreffen dan doen zij aangifte tot faillietverklaring, tenzij alle bekende schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.
  4. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zo veel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.
  5. De stichting houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen van het ophouden te bestaan van de stichting opgave aan het handelsregister.
  6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het handelsregister.

SLOTBEPALING Artikel 15

Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op de laatste dag van het kalenderjaar waarin de stichting is opgericht.

WAARVAN AKTE is verleden te Middelstum op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

De comparanten zijn mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan hem opgegeven en toegelicht. De comparanten hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en te zijn gewezen op de gevolgen, die voor de partij uit de akte voortvloeien.

Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de comparanten en vervolgens door mij, notaris.

(Volgt ondertekening.)

UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT